Wikipedia Jujutsu



Ju Jutsu Geschiedenis algemeen


Algemeen wordt aangenomen dat Jujutsu ontstaan is in de vroege Middeleeuwen in Japan, maar roots heeft in China. In het feodale Japan zwaaiden de Daimio’s (heren) en de Samoerai (ridders) de plak. De samoerai zijn wereldwijd beroemd voor hun ver gevorderde gevechtstechnieken met de Katana (zwaard). Dit zijn snijwapens in tegenstelling tot de Europese ridderzwaarden welke slagwapens zijn. Gewoon hakken werkt niet bij een Katana: er dient altijd een snijbeweging te worden gemaakt, zoals een mes dat door vlees snijdt. Wanneer de Samoerai om één of andere reden ongewapend was, diende hij zich ook te kunnen verdedigen. Hij gebruikte daarvoor dezelfde bewegingen alsof hij een Katana vasthad. Dit verklaart de bijzondere technieken, die wij ook heden nog toepassen. Om dicht bij die bron te blijven, beoefenen de Yudansha’s (zwarte banden) ook vandaag nog de zwaardkunst (Makoto Batto).

 

             Tijdens de Kamakura periode (1185 - 1333) hadden de samoerai vele gevechtstechnieken die uitsluitend gericht waren op het gebruik van verschillende wapens. Omdat ze tijdens een gevecht hun wapens konden verliezen, bestudeerden ze het ongewapende gevecht. Zelfs soldaten kregen hierin onderricht. Tijdens deze periode werd het wapenloze gevecht verfijnd maar nog steeds als een aanvulling beschouwd. Vermoedelijk werd dit aangeleerd in de Daito Ryu. Dit was een krijgsschool in de 12de eeuw die als doelstelling had het onderwijzen van wapentrainingen. Deze Daito Ryu wordt aanzien als de bakermat van de Jujutsu.

 

                Al deze technieken waren zeer belangrijk om te kunnen overleven en het hoeft dan ook niet verwonderlijk te zijn dat ze angstvallig “geheim” werden gehouden. Zich verbeteren kon enkel door andere Samoerai uit te dagen tot een gevecht en zo, op gevaar van eigen leven, de technieken van de andere te “stelen”. Zo ontstonden door de jaren heen in het ganse land beruchte en beroemde Samoerai. Andere Samoerai trachtten met deze op “vriendschappelijke” wijze in contact te komen of boden hun diensten aan. Het gebeurde dan wel eens dat deze “meesters” leerlingen aannamen. Zo ontstonden de eerste Ryu (scholen). In de loop van de jaren gingen deze Ryu zich settelen en kwamen de eerste Dojo (oefenplaatsen) tot stand. Nog altijd werd de hoogste geheimhouding bewaard, maar de “meesters” konden nu hun Ryu tegen mekaar uitspelen en dienden niet meer zelf in het strijdperk te treden.

 

In 1532 richtte prins Takenouchi Hisamori een andere school op en noemde het de Kogusoku. In de beginperiode werden hoofdzakelijk wapentrainingen gegeven aan de soldaten. In een later stadium werden de ongewapende gevechtstechnieken ook aangeleerd en men noemde het Ju Jitsu. Tegelijkertijd werden er verschillende gevechtsscholen opgericht. Elke school had een lichtjes verschillende stijl.

 

Tijdens de Tokugawa periode (1615 - 1868) waren honderden scholen ontstaan met elk hun eigen specifieke stijl. Wanneer de scholen met elkaar in contact kwamen, werden verschillende technieken uitgewisseld. Toch werden niet alle technieken doorgegeven. Zo kwam het dat er regelmatig spionnen van de ene school naar de andere scholen gestuurd werden. De zelfverdedigingstechnieken die daar uit voortvloeiden, kennen we nu als het Ju Jitsu.

 

          Het Ju Jitsu kende vanaf het einde van de 17 de eeuw tot in het midden van de 19 de eeuw een grote bloei. Tijdens deze periode waren er meer dan 700 stijlen ontwikkeld. Maar deze relatief vredevolle periode gaf weinig gelegenheid om de technieken toe te passen in oorlogen.

 

            De politieke omwenteling in 1867  onder Keizer Mutsuhito (later Meiji genoemd) maakte een einde aan het Shogunaat en liet Japan de “moderne wereld”  binnentreden. De Samoerai mochten geen zwaarden meer dragen in het openbaar waardoor de Dojo heel belangrijk werden, want alleen daar kon de adel nog terecht om de geliefde vechtkunst te beoefenen. Technieken dienden echter niet alleen maar functioneel te zijn, maar konden worden verheven tot een ware kunstvorm met alle bijhorende ceremoniën. Zo ontstonden tal van stijlen, welk tot op heden nog beoefend worden.

 

            Tijdens de Amerikaanse bezetting na de tweede wereldoorlog werden de Dojo verboden, omdat men had ondervonden dat de Japanse soldaten beschikten over voor hun onbekende maar zeer gevaarlijke gevechtstechnieken. De Ryu oefenden echter in het geheim verder. Een Amerikaanse generaal stelde  dan ook vast dat dit niet de goede manier was om controle uit te oefenen en besloot dat het beter zou zijn zichzelf de kennis eigen te maken. Daarom mochten de Dojo, die buitenlanders aanvaardden, toch open blijven. Op die manier werd er een stukje “geheimhouding” opgegeven en kwamen de Japanse gevechtskunsten naar het Westen. Het spreekt vanzelf dat de “meesters” enkel dat gaven wat ze kwijt wilden. Het zouden overigens geen Japanners zijn om in te zien dat men bereid was hiervoor ook nog eens veel geld te betalen en dat er dus een groot economisch potentieel in zat.

 










Makoto Jutsu Do vzw

Kapittelbossen 50, 2200 Herentals

 

Shihan Juul Verachtert

 +32 (0)474 03 61 50

 juul.verachtert@makotojutsudo.com